Wandelingen tussen Spaanse Meesters
Hermitage Amsterdam,
28 november 2016
Soms stap ik een museum binnen en (ik bezoek nogal wat musea) voelt het alsof ik een andere wereld betreed. Maar die dag, 28 november 2016 in de Hermitage Amsterdam, stapte ik niet alleen een andere wereld binnen, ik stapte naar binnen in mijzelf. Wandelen tussen de Spaanse Meesters was geen bezoek aan een tentoonstelling; het was een thuiskomst.
De zalen ademden de zware, diepe kleuren van een verleden dat ik altijd met me meedraag. De gouden gloed van religieuze panelen, het spel van licht en schaduw waar Velázquez, Zurbarán en Ribera zo meesterlijk in waren. En terwijl ik van doek naar doek liep, voelde ik iets wat groter was dan bewondering: ik voelde een lijn naar mijn wortels, naar mijn ouders, mijn voorouders, naar eeuwen verhalen die ergens in mij nog fluisteren.
Er was rijkdom, niet alleen in de schilderijen, maar in het gevoel dat ze opriepen. Alsof ik door de gangen van mijn eigen geschiedenis wandelde. Soms bleef ik staan, soms ging ik zitten. Dan keek ik lang, heel lang, tot de schilderijen bewogen, gingen spreken, gingen herinneren.
De rillingen van het verleden
Sommige doeken brachten een rilling, een echo van mijn kindertijd tussen de nonnen. De geur van was en wierook, het gefluister van stilte, het gevoel van kijken zonder gezien te worden, de straffen. In die schilderijen leefden dezelfde blikken, dezelfde strengheid, dezelfde troost en geen troost.
Het raakte me, zoals herinneringen je kunnen raken wanneer je ze niet zoekt maar ze je vinden.
Ik liep rond, cirkel na cirkel, alsof ik telkens opnieuw dat verleden wilde aanraken. En telkens voelde ik iets anders: ontzag, melancholie, dankbaarheid.
De onverwachte ontmoeting
Mijn wandeling eindigde bij een schilderij dat mij letterlijk deed stilstaan. José Gallegos.
Zijn naam stond niet op de lijst. Ik had hem niet verwacht. En toch hing hij daar. Alsof het zo moest zijn.
José Gallegos.
Een naam die me onmiddellijk terugwierp naar mijn moeder, die ik op dat moment al vijf jaar moest missen. Zij was niet geboren of getogen in Galicië, geen Gallegos maar wel Gallego, ik heb altijd het vermoeden gehad dat diep in onze/haar familiegeschiedenis, voorbij de tastbare tijd, ergens een over-over-overgrootvader Gallegos moet hebben rondgelopen. Die wel in Galicië geboren was maar ooit vertrok en zijn leven vervolgde in Lorca. Waar mijn moeder haar levenslicht zag 1930. Als jongste van 3.
Alsof zijn naam in dat museum niet alleen de naam van een schilder was, maar een knipoog van het verleden.
Een fluistering: je komt van ver, maar je staat precies waar je moet zijn.
Ik bleef lang bij dat schilderij staan. Kijken, zien, voelen. Net zoals ik dat die hele ochtend had gedaan. Maar dit keer anders. Dit keer alsof ik een cirkel rondmaakte.
De Meesters en mijn eigen meesterlijke verleden.
De Spaanse Meesters in de Hermitage leken die dag niet alleen kunstwerken op wanden, maar begeleiders. Ze brachten me dichter bij mijn wortels dan ik ooit had verwacht. Bij mijn vaderland. Bij het verhaal dat mij deels heeft gevormd. Bij de mensen die ik mis en toch altijd bij me draag.
En ik liep het museum uit met een rijkdom die je niet kunt kopen en niet kunt vasthouden, alleen meedragen.
Een rijkdom van herinneringen, herkomst en hart.
*Opnieuw vormgegeven, vanuit mijn blog over de Spaanse Meester 28 nov'16*
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.