Wandelend door de Westelijke Eilanden
Vanaf Amsterdam Centraal loop ik de stad uit, de drukte achter me latend. Al snel kom ik terecht bij de Zoutkeetsgracht, waar het water de verhalen van eeuwenoude scheepswerven lijkt te fluisteren. Het voelt alsof ik door een openluchtmuseum wandel,elke straatsteen draagt herinneringen aan het leven van vissers, zeelui en ambachtslieden.
De Planciusstraat brengt me verder, en bij de Sloterdijkerbrug verandert het uitzicht. Ik stap een andere tijd binnen: Prinseneiland, Realeneiland, Bickerseiland. Deze eilanden ademen nog steeds de sfeer van vroeger. Hier woonden kunstenaars, handelaars, en scheepsbouwers. De Palmentuin, klein en verscholen, nodigt uit tot even stilstaan. Ik proef de gemoederigheid, een intimiteit die je in de rest van de stad soms mist.
En toch… naast die tijdsreis kan ik de confrontatie met het heden niet ontlopen. De verbreding van de spoorrails, de uitbreidingen van de stad: alles duwt Amsterdam vooruit, richting een nieuwe eeuw. De balans tussen bewaren en vernieuwen is hier voelbaar in elke steen en elke blik op het water.
Dan, ineens, zie ik Jeroen Krabbé in zijn stadsoutotje voorbij komen. Mijn hart slaat een tikje sneller. Niet alleen bewonder ik zijn kunst, maar vooral ook zijn vermogen om kunst en kunstenaars met zoveel liefde en kennis te duiden. Zijn aanwezigheid hier past bijna vanzelfsprekend in het decor, alsof de stad zelf even een knipoog geeft.
Mijn wandeling eindigt met een mengeling van verwondering en melancholie. De Westelijke Eilanden zijn een plek waar je terug in de tijd stapt, maar waar je ook wordt herinnerd dat niets ooit blijft zoals het is
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.