De laatste tijd dwalen mijn gedachten vaak terug naar mijn ouders. Vooral naar mijn moeder, haar onvoorwaardelijke liefde, de vanzelfsprekende warmte waarmee ze in mijn leven aanwezig was. Ik mis haar zachtheid, haar zorgzaamheid, haar blik waarin altijd ruimte was voor mij. De vele gesprekken en steun.
Maar tussen al die herinneringen aan mijn moeder, duikt er de laatste tijd onverwacht iemand anders op: mijn schoonmoeder.
Niet vanwege liefde of geborgenheid. Niet vanwege warmte, zacht uitgesproken woorden of een arm om mij heen. Maar vanwege… haar jus.
Mijn schoonmoeder was geen beste kok, maar de Hollandse pot had ze in de vingers. En haar jus, o, die jus, die was verrukkelijk. Ik kon hem zo drinken uit het pannetje, en eerlijk is eerlijk: dat deed ik dan ook, met regelmaat. Terwijl de rest van de tafel nog bezig was met aardappels en groente en Pa van het grootste stuk vlees at, stond ik soms al met mijn lepel in die heerlijke jus te roeren.
De koffie daarentegen… dat was een ander verhaal. Buisman erin, een plens heet water erbij, roeren, en dan een slok die je tong deed terugdeinzen. Daarbij een koekje uit de koektrommel die nauwlettend de ronde deed, om daarna weer keurig te worden opgeborgen op de bovenste plank van de keukenkast. Alles in dat huis had zijn plek. En alles bleef daar ook.
Mijn schoonmoeder las veel. Ze puzzelde nog meer. Kruiswoordpuzzels vol afkortingen en woordspelingen die ze moeiteloos invulde. Dat had ze van haar vader: een schrijver die jarenlang bij een krant had gewerkt. Van hem erfde ze de liefde voor taal, voor letters die samen een wereld konden vormen. Maar de wereld waarin zij zelf leefde, was klein geworden. Te klein.
Ze was zichzelf kwijtgeraakt in een huwelijk waarin mijn schoonvader de baas was, en zij volgde. Vier kinderen kregen ze samen. Vier levens die er kwamen omdat het leven dat zo had beslist, want als het aan hem had gelegen, waren ze er niet geweest.
Er werd niet gepraat, althans niet écht. Geen meningen, geen gevoelens, geen ruimte. Het was een gezin waarin afstand de muren vormde, en stilte de vloer bedekte.
En toch, met haar kon ik praten. Over ditjes en datjes, dagelijkse dingen die soms ineens dieper voelden dan ze leken. Maar een eigen mening… die had ze al jaren niet meer. Die was ergens onderweg achtergebleven.
Mijn man Dick, haar eerstgeborene, was dol op zijn moeder. En zij op hem, al kon je dat niet altijd zien. Liefde zat bij hen verborgen in gebaren die bijna onzichtbaar waren. Maar toch aanwezig.
En toen kwam Dick, in het warme nest van mijn ouders. Daar waar gesprekken stroomden, vol op eten, drinken, gezelligheid en lang tafelen, waar warmte normaal was, waar liefde uitgesproken werd. Voor hem was het een openbaring. Alsof hij een kamer binnenstapten waarin eindelijk het licht aanging.
Mijn schoonmoeder is al lang overleden. En lange tijd heb ik haar niet echt gemist. Haar afwezigheid was stil, net als zij.
Maar nu, onverwacht, mis ik haar tóch.
Misschien omdat ik ouder word. Misschien omdat herinneringen soms ineens nieuwe kleuren krijgen. Misschien omdat ik haar nog iets had willen vragen. Iets kleins, iets groots, iets wat alleen zij kon beantwoorden.
Of misschien, heel misschien, omdat ik nog één keer haar jus had willen proeven. De smaak van iets simpels, iets echts. De smaak van een herinnering die pas nu, jaren later, zachter aanvoelt dan toen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.