Hugo Claus – Belladonna.
Hugo Claus schrijft niet voor de lezer, hij schrijdt naar binnen.
Zonder kloppen. Zonder verontschuldiging.
Zijn taal is zinnelijk en scherp tegelijk, alsof woorden zowel strelen als snijden mogen.
In Belladonna proef je het gif al in de titel. Schoonheid en gevaar liggen dicht tegen elkaar aan. Claus ontleedt verlangens, schaamteloos en precies. Hij dwingt je te kijken naar wat je liever bedekt laat. Niet om te choqueren, maar om waar te zijn.
Een titel die bijna lichtvoetig klinkt, maar dat nooit helemaal is. Claus laat zien hoe ‘Bella’ vaak een dunne laag vernis is. Daaronder woelt het: twijfel, drift, menselijkheid. Hij speelt met taal, met klank en betekenis, en ondertussen speelt hij met jou als lezer. Je denkt dat je hem begrijpt, tot hij een zin schrijft die je opnieuw laat struikelen.
Wat mij steeds weer raakt:
Claus vertrouwt de lezer niets toe wat hij niet ook durft te verliezen. Hij gaat ver. Hij gaat diep. En juist daardoor blijf je. Je leest niet veilig, maar wel wakker.
Zijn manier om binnen te dringen is buitengewoon.
Je komt er niet ongeschonden uit,
maar wel rijker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.