Gras verharden, hart verzachten.
In De Stentor van vrijdag 27 februari lees ik: een grasveld wordt evenemententerrein. De gemeente Apeldoorn trekt er 1,1 miljoen euro voor uit. Alleen om het gras te verharden. Zodat er auto’s kunnen staan. Zodat er kofferbakverkopen kunnen zijn. Zodat er evenementen kunnen plaatsvinden.
Ik begrijp het wel. Een stad wil leven. Wil reuring. Wil inkomsten genereren. Misschien verdient het zich terug via vergunningen, horeca, bezoekers. Misschien.
Maar denkt men ook aan de prijs die niet in euro’s is uit te drukken? Geluid dat tot laat in de avond blijft hangen tussen huizen. Koplampen in slaapkamers. Zwerfafval dat als stille getuige achterblijft. Parkeerdruk in omliggende straten. En als het veld eenmaal verhard is, wordt het zelden weer gras.
Is het bij 1,1 miljoen klaar? Of begint het dan pas? Handhaving, schoonmaak, verkeersregelaars, onderhoud. Een terrein vraagt om gebruik. En gebruik vraagt om meer.
Waarom niet datzelfde bedrag investeren in woningbouw? In het opknappen van leegstaande kantoren en winkelpanden? Ook dát verdient zich terug. In gemeentebelastingen. In nieuwe bewoners. In werkgelegenheid. In leven in de binnenstad. In licht achter ramen waar het nu donker is.
Verderop in dezelfde krant lees ik over mijn geliefde voormalige Centraal Beheer-kantoor. De gemeente heeft acht weken om te beslissen wat ermee moet gebeuren. Er is een nominatie ingediend voor de status van rijksmonument. Ontworpen door Herman Hertzberger, een architect die niet zomaar stenen stapelde, maar dacht in mensen. In ontmoeting. In licht. In ruimte.
De gemeente wil die monumentenstatus liever niet. Want een monument breek je niet zomaar af. En er ligt al een idee op tafel: een deel slopen om het hart van het gebouw meer naar voren te brengen.
Maar lieve bestuurders, dat hart ligt al jaren open en bloot.
Het heeft gebloed van verdriet. Van leegstand. Van verpaupering. Van plannen die kwamen en gingen. Van kopen en verkopen. Van ruzies over geld en bestemming. Wat ooit een vooruitstrevend ‘kantoordorp’ was, een plek van samenkomen en werken, werd een speelbal van belangen.
Hak de knoop door.
Maak er een gebouw van waar gewoond kan worden. Waar starters een plek vinden. Waar ouderen samenkomen. Waar kleine ondernemers groeien. Waar cultuur kan bloeien. Met respect voor wat Hertzberger beoogde: een gebouw dat mensen verbindt. Een hart voor Apeldoorn.
We verharden een grasveld voor auto’s.
Maar wat doen we met het hart van de stad?
Een stad is meer dan evenementen. Meer dan parkeerplaatsen. Meer dan tijdelijke drukte. Een stad leeft bij gratie van duurzame keuzes. Van visie die verder reikt dan de volgende begroting. Van bestuurders die durven zeggen: wij kiezen voor wonen, voor erfgoed, voor kwaliteit.
Investeer niet alleen in stenen die auto’s dragen. Investeer in stenen die mensen dragen.
Apeldoorn verdient geen verhard veld alleen.
Apeldoorn verdient een kloppend hart.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.