Hier komt de zon van Kees van Beijnum is geen roman die je alleen leest, je loopt erin rond. Je ademt hem in. Je voelt het schuren.
Hier komt de zon – maar eerst de schaduw
Kees van Beijnum (1954) staat bekend om zijn scherpe, bijna journalistieke manier van schrijven. Hij debuteerde met Over het IJ en brak door met De ordening. Altijd zoekt hij de rafelranden van de stad op. Altijd de mensen die niet vanzelfsprekend gezien worden.
In Hier komt de zon neemt hij je mee naar Amsterdam in de jaren zestig en zeventig. Geen ansichtkaart-Amsterdam. Geen grachtenromantiek. Maar de stad rauw, naakt, onopgesmukt. Een stad van kleine woningen, grote gezinnen, geheimen achter dunne muren.
Je ruikt het eten in de portieken.
Je hoort stemmen op straat.
Je voelt hoe dicht mensen op elkaar leven, en hoe ver ze soms emotioneel van elkaar verwijderd zijn.
En toch… er is saamhorigheid. Familie. Een vorm van liefde die niet altijd zacht is, maar wel onwrikbaar.
De moeder als middelpunt
De kracht van de moeder, is het kloppend hart van deze roman.
Een moeder die wil dat haar kinderen het beter krijgen.
Die vecht tegen armoede, tegen omstandigheden, tegen haar eigen beperkingen.
Dat herken ik.
Niet de feestjes.
Niet de verjaardagen.
Niet de cultuur.
Maar de kracht.
En daar, in dat stille herkennen, ontstaat mijn brug tussen Amsterdam en Mataró.
Amsterdam en Mataró, twee werelden, één hart.
Mijn Spanje. Mijn Mataró. De zon op de stenen straten. De geur van zee. De stemmen van familie en vrienden die door elkaar praten. Ander muziek, andere gerechten, andere gebaren.
Maar moeders…
Moeders zijn universeel in hun verlangen.
Ze willen hun kinderen optillen.
Hoger dan zij zelf konden reiken.
Verder dan hun eigen horizon.
In Hier komt de zon voel je dat verlangen in elke bladzijde. Soms verstikkend. Soms ontroerend. Soms pijnlijk.
En misschien voel ik daar iets van mijn eigen jeugd in terug.
Niet letterlijk. Maar emotioneel.
De tijd van afzien en hopen
Wat Van Beijnum zo knap doet, is tijd tastbaar maken. Hij beschrijft een periode waarin Nederland veranderde. Waarin tradities begonnen te schuiven. Waarin jongeren andere keuzes wilden maken dan hun ouders.
Die overgang,van oud naar nieuw, schuurt.
Zoals het in Spanje ook schuurde.
Zoals generaties overal ter wereld botsen wanneer vooruitgang aanklopt.
Maar onder dat alles blijft iets overeind: familiebanden. Hoe ingewikkeld ook.
Zijn stijl, observerend maar warm.
Van Beijnum schrijft niet sentimenteel. Hij registreert. Hij toont. Hij laat zien zonder oordeel. En juist daardoor raakt het.
Hij zet geen grote dramatische muziek onder zijn zinnen.
Hij vertrouwt op de kracht van het verhaal.
Op de menselijkheid van zijn personages.
En dat past bij mij.
Ik houd van verhalen die echt zijn. Die geworteld zijn in geschiedenis, in herinnering, in plaatsen waar ik bijna zelf heb gelopen.
Wat dit boek bij mij raakt.
Ik voel in woorden geen nostalgie om het verleden mooier te maken dan het was.
Ik lees herkenning.
Kracht.
Respect voor moeders die droegen, trokken, duwden, beschermden.
Ik zie het verschil tussen Amsterdam en Mataró.
Maar ik zie ook wat hetzelfde blijft.
Onvoorwaardelijke Liefde
Moederhanden warm
dragen steden op hun rug
zon in elke taal.
Dit boek past bij mij.
Omdat ik altijd zoekt naar de menselijke laag onder geschiedenis.
Omdat ik steden lees alsof het mensen zijn.
Omdat ik begrijp dat kracht en kwetsbaarheid vaak in dezelfde moeder wonen.
Jij ook?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.