zondag 8 februari 2026

Treinreis, leven onderweg.

Tattoos en treinen
Ik zit in de trein.
Naast mij twee jonge jongens, achttien jaar.
Ze stappen in Anna Paulowna en hebben het over tattoos.
Serieus overleg. Grote dromen.
Op hun telefoons verschijnen ontwerpen: armen vol, rugstukken, kunstwerken in wording.
“Mag niet van mijn ouders,” zegt er één.
“Maar ja… ik ben nu achttien. Dus ik ga het gewoon doen.”
Ik vraag wat zo’n tattoo eigenlijk kost.
“Rond de vierhonderd euro.”
“Oeps,” zeg ik lachend, “dan moet je nog even doorsparen.”
Ze lachen hardop en laten me nóg duurdere tattoos zien.
“Mijn ouders mogen het echt niet weten,” herhaalt hij, nu tegen mij.
“Maar ik ga het toch doen.”
“En van welk geld dan?” vraag ik. “Heb je zoveel gespaard?”
Weer gelach.
“Nee joh,” zegt hij. “Ik zeg gewoon dat het voor mijn studie is.”
Bij Schagen staan ze op en stappen zij uit.
We groeten elkaar.
Zij wensen mij een goede reis.
Ik wens hen succes met hun tattoo.
Twee prachtige nette jonge jongens.
En zomaar een klein onderweg verhaal dat blijft hangen.
Ik reis verder, richting Apeldoorn.
Nog een lange treinreis te gaan.
Wie weet welke ontmoetingen er nog komen.
Ben pas bij station Schagen.
🚊
Vervolg van de treinreis
In Alkmaar stappen twee meisjes in, een jaar of zeventien.
Ze gaan tegenover mij zitten.
Het gesprek gaat over tentamens, cijfers, eerdere toetsen.
Ik hoor ambitie. Helderheid. Toekomstzin.
Dit zijn slimme meiden, die verder willen na hun examens.
Al snel gaat het ook over hun bijbaan in de horeca.
Ik hoor gemopper. Over hun baas. Over een collega.
Over snel, snel, door, door.
Geen echte pauze. Lange dagen werken, twee keer per week, in het weekend.
Koffie, thee en water mogen,  eten niet.
Terwijl een oudere collega wél pauzes neemt, rustig een broodje eet, dingen doet die zij niet mogen.
Ik luister.
En voel hoe iets in mij meebeweegt.
“Sorry,” zeg ik voorzichtig, “mag ik jullie iets vragen?”
“Ja hoor,” zeggen ze tegelijk, met een open glimlach.
“Hoe lang werken jullie dan per dag?”
“Acht uur.”
“Dat kan je baas toch niet maken?”
Ze knikken. Ze weten dat het officieel niet mag.
Maar ze hebben het baantje nodig.
Naast hun studie.
Ze wonen nog thuis, maar willen straks verder studeren.
Universiteit. Op zichzelf wonen. Sparen. Vooruit.
Dus accepteren ze alles.
Ik zeg dat ik ze moedig vind. Dat ik bewonder hoe ze nadenken, plannen maken, doorzetten.
En ik benoem wat ik voel: dat hun baas misbruik maakt van hun positie.
Omdat er altijd jongeren klaarstaan.
Omdat zij het geld nodig hebben.
Omdat hij denkt dat het wel kan.
Ik vraag naar de fooi.
Of ze die mogen houden.
Nee.
Alles gaat in een pot.
Wordt verdeeld.
De oudere collega, achttien jaar, krijgt meer.
Terwijl zij minder werkt, pauzes neemt, eet, rust.
“Gek toch?” zegt één van hen.
Ik kijk haar aan en voel hoe mijn hoofd zich vult.
Herinneringen.
Ik ben ineens weer die jonge 17 jarige vrouw in de horeca, mooi, jong, vriendelijk, amabel,  vol enthousiasme en Spaanse gastvrijheid.
Fulltime werken, studie erbij.
Veel fooi, en ineens moest alles in een pot.
Jaloezie. Nieuw beleid. Geen controle. Geen vertrouwen.
Daar is het begonnen.
Het gevoel van onrecht.
Het groeiende wantrouwen, dat bleef.
“Ja,” zeg ik zacht, “dit klopt niet.”
Dan vertellen ze dat de baas zelf ook uit de fooienpot pakt.
“Werkt hij mee in de bediening?” vraag ik.
Gelach. Nee. Maar ach…
Nog een paar maanden, dan zijn we weg.
Ik zie mezelf in hen.
Niet assertief genoeg. 
Zij hopen dat de drukke maanden genoeg opleveren om eerder te kunnen stoppen.
Om iets anders te vinden.
Tot na hun examens.
Amsterdam Centraal nadert.
Ze staan op.
“Dag mevrouw, fijn met u gesproken te hebben.”
“Succes met alles,” zeg ik. “Het gaat jullie goed. Pas goed op jezelf."
Twee vriendinnen.
Twee prachtige meisjes, waar hun ouders trots op mogen zijn.
Zij komen er wel.
Mijn reis gaat verder.
Nog veel stations te gaan tot thuis.
Wie weet wie ik nog ontmoet,
op deze lange winter donker avondtreinreis.
🚆
Vervolg van de treinreis
Utrecht Centraal.
Mijn overstap.
De trein richting Enschede rijdt binnen, mijn trein.
Hij brengt me naar huis, naar Apeldoorn.
Ik ben moe. Echt moe.
Mijn benen voelen zwaar na zo’n vijfentwintig kilometer wandelen vandaag,
rond Julianadorp, Callantsoog, strand, zand, duinen, dorpjes en verder.
Het lange zitten in de trein van Den Helder naar Utrecht C heb ik wel gehad.
Ik verlang naar een douche.
Naar mijn bed.
Ik stap in. Ga zitten.
De trein vult zich snel.
De rust van mijn eerdere rit is voorbij.
Dit laatste stuk voelt zwaar.
Overal geluid. Bellende mensen. Hard praten. Door elkaar heen.
Ik hoor Nederlands, Arabisch, Duits, Engels.
De wereld in één wagon.
Ik probeer me af te sluiten.
Zet mijn gehoorapparaten uit. Maar hoor nog veel gemompel.
Het is warm, benauwd bijna.
Ook deze trein voelt als een sauna.
Ik zit in mijn shirt.
Achter mij belt een man, handsfree. Hard op pratend, hij wil de andere stemmen overstemmen. 
Een vrouwenstem vraagt wat hij straks wil eten, ook zij praat harder.
Pizza, zegt hij. En popcorn.
Welke pizza? Welke smaak popcorn?
Wil je ook frietjes? Welke saus?
Het gesprek gaat maar door.
Keuzes, eten, details. Hun conversatie is een puzzel voor mijn oren, maar het lukt mij de puzzel te maken. 
En ik, krijg trek in pizza.
Ik heb het al eeuwen niet gehad.
Mijn laatste stukje reis valt me zwaar.
Amersfoort Centraal.
Reizigers stappen uit, anderen stappen in.
En dan hoor ik het.
Spaans.
Latijns-Amerikaans Spaans.
Mijn hart maakt een sprongetje.
Ik zet mijn gehoorapparaten weer aan.
Wil geen woord missen.
Niet om wát hij zegt, maar dát hij het zegt.
Mijn taal.
De taal van mijn moeder.
Geen zuiver Spaans, Latijns Amerikaans, maar beter dan helemaal geen Spaans.
Het voelt als thuiskomen.
En tegelijk zo ver weg.
Heimwee kruipt naar boven.
Gemis.
Mama…mijn moeder.
God, wat mis ik je.
Ik veeg een traan weg.
Dan zijn we er, eindelijk.
Apeldoorn.
Thuis.
Ik pak mijn rugtas, stap uit, check uit en loop naar bus 12. Voel mij gebroken, mijn moeder, wat had ik haar nu graag willen bellen, heb haar zoveel te vertellen. Lijn 12 gelukkig, hij staat er al.
In de bus stapt een nette jonge jongen in.
Lang, donker haar, donken blauwe jas 
Een beetje het type Jehova’s getuige.
We zijn de enigen.
Hij begint een gesprek.
Over hoe zonde het is dat zo’n bus rijdt voor twee mensen.
Hij zit vaker in de bus, zegt hij, laat in de avond. Vaak leeg.
Ik herken het.
Ook ik zit regelmatig alleen in de bus, na lange wandeldagen elders in Nederland.
Hij vraagt waar ik vandaan kom.
Ziet mijn sportieve kleding, mijn rugtas, mijn zongebruind-rood-warm gezicht, en ik loop in een t- shirt.
Ik vertel over Callantsoog. Over Egmond aan Zee over Hermien.
Over mijn liefde voor wandelen, en hoe moe ik nu ben.
Hoe fijn het zal zijn om thuis te zijn.
We stappen uit bij Mandala- Kazerne.
Lopen dezelfde kant op, richting Romeinenlaan.
Hij wijst: “Ik woon daar, in dat kleine jaren-zestighuisje.”
“Daar kijk ik op uit,” zeg ik.
“Is je moeder postbode?”
“Ja,” zegt hij verbaasd.
Ik vertel hoe ik haar altijd groet.
Wat een geweldige vrouw ze is.
Hoe ik haar mis sinds ze een andere wijk heeft gekregen.
Hij zucht.
Zegt dat er bij PostNL veel ellebogenwerk is.
Dat zijn moeder zo lief is dat mensen over haar heen lopen.
Maar klagen doet ze niet.
Ze is buiten. Ze heeft werk.
“Ik wou alleen dat ze haar meer zouden waarderen,” zegt hij.
“Na ruim vijfentwintig jaar.”
Ik geef hem gelijk.
We nemen afscheid.
Ik zeg dat ik blij ben hem te hebben leren kennen. Ook nu na ruim 7 jaar dat ik tegen over hem woon. Nooit te laat.
Dat hij zijn moeder de groeten moet doen van mij.
Dan steek ik de straat over naar huis.
Mijn hoofd is vol.
Dol van gesprekken, ontmoetingen, gedachten.
Ik neem de lift naar de tweede etage.
Draai mijn deurslot open.
Schoenen uit. Rugtas leeg.
Gehoorapparaten in de lader.
Koffieapparaat aan.
Kleren uit.
Onder de douche.
Pyjama aan.
Een kop bonenkoffie.
Een appje naar Hermien, dankjewel.
Mijn kinderen laten weten dat ik weer thuis ben.
Dat ik een heerlijk weekend heb gehad.
Dan mijn bed in.
Ik val meteen in slaap.
Vrees dat ik vreselijk heb gesnurkt. Zo moe 
En zo eindigt mijn reis.
Vol mensen.
Vol verhalen.
En uiteindelijk…
stilte.

Dit is geen verslag.
Dit is leven onderweg 🚆✨


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.