D66, van idealisme naar iets anders.
Ik lees de geschiedenis van D66 en voel bijna de energie van het begin. Het is 1966. Een groep bezorgde, betrokken mensen, onder leiding van Hans van Mierlo, komt bijeen. Ze maken zich zorgen over wat zij zien als een verstarde democratie. Politiek die vastzit, die niet meer luistert.
Hun oproep is helder en krachtig: het moet anders. De democratie moet vernieuwd worden. Meer inspraak. Meer invloed voor de burger. Minder achterkamertjes.
D66 ontstaat niet als een traditionele partij, maar als een beweging. Bijna een protest. Tijdelijk zelfs, zo was het idee. Ze wilden het systeem opschudden – en daarna misschien weer verdwijnen.
Maar het loopt anders.
Al snel komt er succes. In 1967 halen ze direct zetels in de Tweede Kamer. Een politieke schokgolf.
Wat begint als idealisme, wordt langzaam ook macht. Regeren. Compromissen sluiten. Meebewegen in het systeem dat ze ooit wilden veranderen.
En daar voel ik de spanning.
Want door de jaren heen zie ik D66 zoeken. Tussen bestormen en besturen. Tussen idealen en haalbaarheid. Soms groot en invloedrijk, zoals in de jaren ’90 met 24 zetels.
Maar ook momenten van twijfel, verlies, en bijna verdwijnen.
Wat mij raakt, is dat oorspronkelijke vuur. Dat geloof in democratische vernieuwing. In echte inspraak. In een politiek die dichter bij mensen staat.
En ik vraag me af…
Waar is dat gebleven?
Is D66 nog die beweging die het systeem wilde openbreken?
Of is het zelf onderdeel geworden van dat systeem?
Ik leg het artikel weg en blijf nog even zitten met die gedachte.
En eerlijk…
Ik houd het gevoel dat het D66 zoals Hans van Mierlo dat voor ogen had, niet meer bestaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.