woensdag 11 maart 2026

Een arts, een geheim, en kinderen die het nooit vroegen.

In de Stentor van 10 maart 2026 Oud-arts verwekte zeker 16 kinderen met eigen zaad 
Een arts, een geheim, en kinderen die het nooit vroegen.
Soms lees ik een bericht in de krant dat me niet meer loslaat.
Zo’n verhaal waarbij je meteen denkt: hoe kan dit en waarom?
In Arnhem kwam onlangs naar buiten dat een oud-gynaecoloog van het Rijnstate Ziekenhuis, vroeger het Elisabeth Gasthuis, in de jaren zeventig en tachtig vrouwen heeft geïnsemineerd met zijn eigen sperma. Zonder dat de wensouders dat wisten. Uit onderzoek blijkt inmiddels dat er minstens zestien kinderen uit zijn zaad zijn geboren. Mogelijk zijn het er meer. 
De arts, Alex Schmoutziguer, bekende dit zelf en werkte mee aan DNA-onderzoek. Daarbij kwam ook naar voren dat hij drager is van een erfelijke ziekte, die hij aan deze kinderen heeft doorgegeven. 
Toen ik dit las, dacht ik meteen:
Wat bezielt een arts om zoiets te doen?
Liefde voor het vak, of iets anders?
Sommigen zeggen dat deze artsen het deden uit betrokkenheid.
Dat ze vrouwen wilden helpen die zo graag een kind wilden.
Maar eerlijk gezegd worstel ik met dat argument.
Een arts hoort grenzen te bewaken. Vertrouwen te beschermen.
Als je als dokter zonder toestemming je eigen zaad gebruikt, ga je een grens over die eigenlijk nooit overschreden mag worden.
Ik kan het niet anders zien dan een vorm van macht.
De arts wist iets wat de patiënt niet wist.
En hij besliste over het leven van een kind dat daar nooit om heeft gevraagd.
Wat misschien nog wel het meest schokkend is:
dit verhaal staat niet op zichzelf.
In Nederland zijn meerdere vruchtbaarheidsartsen ontmaskerd die hetzelfde deden.
Zo verwekte de Rotterdamse arts Jan Karbaat met zijn eigen sperma meer dan honderd kinderen.
De Zwolse gynaecoloog Jan Wildschut bleek de biologische vader van minstens 47 donorkinderen.
En de Leidse fertiliteitsarts Jos Beek verwekte zeker 41 kinderen, terwijl hij zelf ook een erfelijke aandoening bleek te dragen. 
Tel je die aantallen bij elkaar op, dan lopen er in Nederland honderden mensen rond die pas later ontdekten dat hun biologische vader hun arts was.
Dat moet een enorme klap zijn.
Ik denk vooral aan de kinderen.
Je groeit op met een verhaal over een anonieme donor.
Of je denkt dat je vader ook echt je biologische vader is.
En dan, soms na veertig of vijftig jaar, komt de waarheid.
Je familie blijkt ineens groter dan je dacht.
Je hebt halfbroers en halfzussen die je nooit kende.
En soms ook een erfelijke ziekte waar je nooit op voorbereid was.
Dat moet verwarrend zijn.
Misschien zelfs ontwrichtend.
Is kunstmatige inseminatie nog wel veilig?
Ik hoor de vraag steeds vaker:
Kun je een vruchtbaarheidsbehandeling nog wel vertrouwen?
Tegenwoordig is de controle gelukkig veel strenger.
Er zijn registratiesystemen, DNA-databanken en duidelijke regels.
Anonieme donatie is in Nederland sinds 2004 zelfs afgeschaft.
Maar deze verhalen laten zien hoe kwetsbaar vertrouwen kan zijn.
Een medische behandeling draait uiteindelijk om één ding:
vertrouwen tussen patiënt en arts.
Als dat vertrouwen wordt geschonden, blijft er een litteken achter.
Niet alleen bij ouders, maar vooral bij de kinderen.
De Arnhemse arts is inmiddels ver in de tachtig.
Misschien dacht hij: het is tijd om schoon schip te maken.
Misschien wilde hij dat de waarheid eindelijk bekend werd.
Ik weet het niet.
Maar één ding weet ik wel.
De waarheid komt uiteindelijk altijd boven water.
Soms na veertig jaar.
En dan blijkt dat een klein geheim uit een ziekenhuislaboratorium
het leven van tientallen families kan veranderen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.