zondag 29 maart 2026

I did it again....

Wat begon als een kleine vertraging, groeide uit tot een verhaal dat ik niet snel zal vergeten.
Ik kwam aan in mijn hotel om 20:49. Later dan gepland, maar de ontvangst maakte alles goed. Warm, oprecht,  ik  werd verwacht. En toen dat onverwachte cadeautje: een gratis upgrade. Mijn eenpersoonskamer werd ingeruild voor de Z-kamer. Pas de volgende ochtend begreep ik waar die “Z” voor stond.
Zee.
Toen ik de balkondeuren opende, lag ze daar. Wijds, stil en tegelijkertijd vol beweging. De zee als decor van mijn begin. Ik bleef even staan, ademde diep in en dacht: dit wordt een mooie dag.
De kamer zelf was heerlijk. Alles klopte. Schoon, verzorgd, een groot bed waarin ik me liet vallen en sliep als een roos. Zo’n slaap die je alleen hebt als je lichaam weet dat er iets komt.
De ochtend begon rustig. 7:14 vertrok ik uit mijn hotel. Ik liep richting het circuit van Zandvoort,7:30 haalde ik mijn eerste stempel en sloot me aan bij een groep vroege wandelaars. Het strand op. De zon bleef bij me, de hele dag. De wind daarentegen was een ander verhaal, die duwde, trok, testte me. Maar het hoorde erbij. Het maakte het echt.
Ik zag zelfs een zeehond liggen op het strand. Een klein moment van verwondering, alsof de natuur me even wilde groeten.
Bij Blas haalde ik mijn tweede stempel. Alles liep soepel. En toen kwam Parnassia. De plek waar ik het strand af zou moeten voor de 20 kilometer.
Parnassia.
Ik bleef dicht langs de waterlijn lopen. Dat loopt nu eenmaal fijner herinnerde ik mij van jl Zondag. Ondertussen speurde ik naar een bord, een teken, iets dat me zou zeggen: hier moet je zijn. Maar er kwam niets. Dus ik deed wat zoveel mensen doen: ik volgde de massa.
En ergens diep vanbinnen begon het te knagen.
Dit herken ik.
Afgelopen zondag liep ik hier ook. En toen ging ik ook te ver.
Het zal toch niet…
Jawel.
Ik liep Parnassia voorbij. Wéér.
“I did it again,” mompelde ik in mezelf toen ik uiteindelijk weer in IJmuiden stond. Daar, bij de derde stempelpost, maar dan voor de 30 kilometer.  De mensen keken me even vragend aan.  Ik voelde het ook. Maar ja… teruggaan was geen optie meer.
Dus liep ik door.
De 30 kilometer.
Het werd een andere tocht dan ik had verwacht. Minder natuur, meer asfalt. Af en toe een stukje bos, maar niet de Kennemerduinen waar ik op had gehoopt. Wel bijzondere route: dure villa’s, statige gebouwen, bijna sprookjesachtige huizen die je even uit je ritme halen. Mooiste stukje was de Amsterdamse Waterleidingduinen, herkenbaar, daar ben ik vaker geweest, ook met mijn vader na het overlijden van mijn moeder. 
Maar dat lange saaie stuk asfalt die
laatste kilometers… die voelden zwaar.
Mijn voeten protesteerden. Blaren, dacht ik. Maar stoppen durfde ik niet. Bang dat als ik zou gaan zitten, ik niet meer overeind zou komen. Dus ik liep. Stap voor stap. Door.
Nog 4 kilometer.
Nog 3,2.
Nog even.
Langs fotografen die mijn laatste inspanning vastlegden. Drie keer werd ik gevangen in beeld, moe, maar vastberaden.
En toen was daar de finish 13:34
Mijn laatste stempel.
Een stempel meer dan voor de 20 kilometer.
Maar precies goed voor wat deze dag geworden was.
De medaille hing om mijn nek. Ik liep door, rechtstreeks naar het station. Geen omweg meer. Zo min mogelijk  extra stappen.
Iets meer dan zes uur over 30 kilometer.
Thuis. 17:48
Douche. Koffie. Een broodje. Mijn voeten in een bak met water. Stilte. Klaar.
En ergens bleef die ene gedachte hangen:
Parnassia… waar was je?
De 30 van Zandvoort?
Nooit meer.
Maar dit verhaal… dit neem ik mee.
Totaal gelopen van hotel tot finish 34,49 km. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.