Met nog twee bezoekers en een gids, wandelde ik door Leiden. De gids voorop, wij luisterend naar verhalen die als een zachte regen over de stad neerdaalden. Sommige steden fluisteren, Leiden spreekt. Niet luid, maar met gewicht.
De stad ademt geschiedenis. Hier werd in 1575 de Universiteit Leiden opgericht, als dank van Willem van Oranje aan de Leidenaren die tijdens het Beleg van 1574 de Spaanse troepen trotseerden. Honger, ontbering, wanhoop, maar geen overgave. De Spanjaarden werden verjaagd, het water werd bondgenoot, de stad hield stand. Dat voel je nog, ergens tussen de grachten.
We liepen langs het imposante Universiteit Leiden, waar generaties studenten hun gedachten scherpten. Hier studeerde Rembrandt van Rijn, zoon van een molenaar, voordat hij zijn weg naar Amsterdam vond. Hier wandelden geleerden wier namen we kennen uit boeken en colleges. Hier klonk het Latijn in koude collegezalen en werden ideeën geboren die de wereld veranderden. De zweetkamer, wachtend, spanning.... muur vol namen. Prinsen, prinsessen, onze Koning en
mijn vriendin Lilian, professor, cum laude afgestudeerd in Leiden, hoort in dat rijtje thuis. Ik dacht aan haar terwijl de gids sprak: ja, deze stad heeft haar gevormd. Of misschien heeft zij ook een beetje deze stad gevormd. Leiden draagt haar mensen zoals een mantel: met trots, maar zonder opsmuk.
We bezochten de Hortus Botanicus Leiden, de oudste botanische tuin van Nederland. Hier werden exotische planten uit verre werelden bestudeerd. Hier stond ooit de tulp, nog onbekend, nog geen handelswaar maar een botanische nieuwsgierigheid. De geur van aarde en blad, zelfs in de winter, doet iets met mij. Alsof kennis hier niet alleen in boeken zit, maar ook in wortels.
Het stadhuis, het Stadhuis van Leiden, staat daar statig, maar draagt littekens. In 1929 verwoestte een grote brand een deel van het gebouw. Wat overbleef werd herbouwd, gerestaureerd, opnieuw betekenis gegeven. Verleden vermengt met heden. Net als wij allemaal, eigenlijk.
We dwaalden door hofjes, smalle straatjes, langs grachten waarin de lucht zich spiegelde. Je ademt hier elite, ja. Niet opzichtig, maar voelbaar. Professors, drukkers, schilders, denkers. Leiden was een centrum van boekdrukkunst in de zeventiende eeuw, een toevluchtsoord voor vrijdenkers en vluchtelingen. De stad bood ruimte aan wie elders niet welkom was. Dat vind ik misschien nog wel het mooiste aan haar geschiedenis.
En toch.
De stad is in beweging. Overal wordt gebouwd. Het Station Leiden Centraal oogt modern, anders dan stations “normaal” gebouwd worden. Glas, staal, hoeken die de lucht willen raken. Het is bijzonder, zeker. Maar adembenemend? Dat woord blijft bij mij haken. Misschien zoek ik schoonheid in oude gevels, in scheefgezakte ramen en verweerde stenen.
Leiden is niet de stad die je overweldigt met spektakel. Ze is eerder een boek dat je rustig moet openslaan. Een stad die je niet direct omarmt, maar naast je komt zitten.
Na zoveel jaren was het goed om er weer te zijn. Om te voelen hoe verleden en heden elkaar hier blijven aanraken. Wie weet kom ik nog eens terug. Misschien op een dag dat het licht anders valt, zachter over de grachten glijdt.
Misschien zie ik Leiden dan anders, door anders te kijken. Combineren met bezoek aan een van de vele musea die Leiden heeft.
Of misschien is het precies goed zoals het was: een dag vol verhalen, geschiedenis en herinnering, en een stad die mij liet nadenken over tijd, over standvastigheid, over mensen die blijven bouwen, zelfs na brand en beleg.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.