dinsdag 3 maart 2026

Spoortunnels.

Terwijl ik door Apeldoorn loop
Ik loop mijn rondje.
Tienduizend stappen per dag, dat is mijn doel.
Zo zie je een stad écht.
Ik loop langs het Marktplein. Mooie stenen. Strak aangelegd. Het kostte miljoenen. Op een bankje ligt een man onder een deken. Het is nog vroeg. Niemand kijkt op of om.
Ik lees in de krant: twee spoortunnels. Twintig miljoen per tunnel. In totaal veertig miljoen. Er ligt al 1,5 miljoen klaar voor de voorbereiding. Doel: de binnenstad vergroenen.
Vergroenen.
Ik ben vóór groen. Meer bomen, minder uitlaatgassen. Natuurlijk. Maar terwijl ik verder loop, zie ik lege panden. Briefjes op ramen. Winkels die niet meer terugkomen.
Bij een plantenbak hangt een geur die niets met bloemen te maken heeft.
We willen het verkeer om de stad heen leiden. De Laan van Zevenhuizen verbeteren. Breder misschien. Maar waarom? We stimuleren toch fietsen en openbaar vervoer? Is wachten bij een spoorwegovergang echt zo’n groot probleem?
Wat ik zie, is iets anders.
Ik zie woningnood.
Ik zie armoede.
Ik zie mensen die buiten slapen.
Ik heb de stad zien veranderen. Een stad maak je niet alleen mooier met beton onder de grond. Je maakt haar sterker door mensen boven de grond perspectief te geven.
Een groene binnenstad is prachtig.
Maar een warme stad is belangrijker.
Misschien moeten we ons afvragen:
voor wie bouwen we eigenlijk?


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.