De dagen rijgen zich aaneen in ziekenhuis. In en uit. Onderzoeken, echo’s van mijn buik, een hartfilmpje, bloedafnames, alles komt voorbij. Twee dagen achter elkaar, steeds opnieuw dat wachten. Zitten op harde stoelen, starend naar de klok die maar langzaam lijkt te bewegen. De ene afdeling na het andere. Niet mogen eten, niet mogen drinken. En het moeilijkste: wachten terwijl mijn lichaam iets simpels vraagt… maar zelfs naar het toilet gaan is verboden. Twee uur kan dan eindeloos voelen.
Morgen is dag drie. Dezelfde week, maar een ander ziekenhuis. Een andere behandeling. Een operatie.
En terwijl ik mij daarop voorbereid, word ik ongewild teruggeworpen in de tijd. Zeven jaar geleden. Een periode waarin alles draaide om ziekenhuizen, operaties, herstellen… en weer opnieuw beginnen. Vijf keer onder gehele narcose, 3 x plaatselijke verdoving, in korte tijd. Mijn lichaam dat telkens moest incasseren. Mijn hoofd dat probeerde bij te blijven.
Die herinnering zit nog ergens diep vanbinnen. Niet altijd op de voorgrond, maar nu… nu klopt hij weer zachtjes aan.
Wat komt er deze keer op mij af?
Ik weet het niet.
Er is twijfel. Er is iets dat lijkt op angst, maar het heeft niet eens een duidelijke naam. Geen paniek, geen grote woorden, meer een stille onzekerheid die met me meeloopt. Een gevoel dat zich ergens tussen moed en kwetsbaarheid in bevindt.
En toch… er is ook iets anders.
Ik ken deze weg. Ik heb hem eerder bewandeld. Ik weet hoe het is om je over te geven aan wat moet gebeuren. Om stap voor stap te gaan, ook als je het overzicht even kwijt bent. Om te vertrouwen op artsen, op tijd, op herstel, en misschien wel het meest: op mezelf.
Dus ik laat het komen zoals het komt.
Ik onderga wat nodig is.
Trouw, zoals toen.
Niet omdat het makkelijk is, maar omdat ik weet dat ik het kan dragen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.