Zomaar, uit het niets, was het er weer.
Het beeld van vroeger.
De voordeur met een touwtje door de brievenbus.
In Nederland hing het uit talloze huizen.
Je hoefde niet aan te bellen.
Niet bij moeder, niet bij oma, niet bij de buurvrouw.
Je trok aan het touwtje en de deur ging open.
Zo simpel was het.
Zo vanzelfsprekend.
Kinderen liepen in en uit.
Er was altijd wel iemand thuis.
Een pan op het vuur, koffie op tafel, een stoel extra.
Het kon.
En het gebeurde.
En, zo herinneren we het, er gebeurde nooit iets.
In Spanje, waar ik vandaan kom, was het nog vanzelfsprekender.
Daar stond de voordeur gewoon wagenwijd open.
Terrasdeuren ook.
Binnen en buiten liepen in elkaar over.
Wie langskwam, kwam binnen.
Onaangekondigd.
Men schoof aan.
Er werd gegeten, gepraat, gelachen.
Iedereen was welkom.
Die open deuren waren meer dan hout en scharnieren.
Ze stonden symbool voor vertrouwen.
Voor gemeenschap.
Voor het idee dat de ander in de basis geen kwaad wilde.
Maar tijden veranderen.
Ook daar.
Ook hier.
Eerlijk is eerlijk: die wereld bestaat grotendeels niet meer.
Niet in Nederland.
Niet in Spanje.
In sommige dorpen misschien nog, in flarden, in uitzonderingen.
Maar de cultuur is verschoven.
Mensen zijn voorzichtiger geworden.
Meer op hun hoede.
Het kwaad buiten houden vraagt aanpassing.
Een andere blik.
Andere grenzen.
Andere sloten.
Leuk?
Nee.
Gezellig?
Allang niet meer.
Maar noodzakelijk?
Ja. Helaas wel.
En toch…
Het gemis blijft.
Niet zozeer van de open deur zelf, maar van wat die deur betekende: vertrouwen zonder bijsluiter, nabijheid zonder afspraak, menselijkheid zonder achterdocht.
Misschien is het niet de deur die weer open moet, maar het gesprek.
De aandacht.
De bereidheid om elkaar te blijven zien, ook achter gesloten deuren.
Met het besef van toen.
En de kennis van nu.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.