Soms lees je een boek dat niet alleen je gedachten bezighoudt, maar je huid. Alsof iedere zin onder je eigen vlees wordt gegrift.
In De Telegraaf van 21 februari stond een artikel over de schrijfster van De tatoeëerder van Auschwitz. Ik las het met ingehouden adem. Het boek had ik al eerder gelezen. Indrukwekkend. Pijnlijk. En zo diep rakend dat het mij tot in mijn ziel beroerde.
De tatoeëerder van Auschwitz, een nummer op de huid, een naam in het hart
In dit boek vertelt Heather Morris (inmiddels 73 jaar) het waargebeurde verhaal van Lale Sokolov, de man die in Auschwitz gedwongen werd de nummers op de armen van medegevangenen te tatoeëren.
Een onmenselijke taak in een onmenselijke wereld.
Terwijl anderen hun identiteit verloren in een nummer, moest hij die nummers aanbrengen. Iedere prik van de naald een confrontatie. Iedere blik in de ogen van degene tegenover hem een spiegel van angst, wanhoop, en soms een sprankje hoop.
Ik voelde het tijdens het lezen. Iedere vezel in mij reageerde.
Wat zou ik doen?
Hoe leef je met de last van overleven?
Hoe draag je de schuld van het blijven leven terwijl zovelen stierven?
Morris schrijft zonder opsmuk. Geen grote literaire versieringen. Haar kracht zit in de eenvoud. In de soberheid. Juist daardoor komt het binnen. Ze raakt de kern van wat Auschwitz was: niet alleen vernietiging, maar ook de meedogenloze strijd om te overleven.
En midden in die hel ontstond liefde.
Lale ontmoette Gita. Liefde in een kamp waar de dood dagelijks aanwezig was. Hun verbondenheid werd een stille vorm van verzet. Een bewijs dat zelfs daar, tussen rook, as en angst, het mens-zijn niet volledig kon worden uitgewist.
De schrijfster als doorgeefluik van herinnering
Heather Morris ontmoette Lale jaren na de oorlog. Hij vertrouwde haar zijn verhaal toe. Zij luisterde. Jarenlang. Eerst als scenario, later als boek.
Wat mij raakt, is haar verantwoordelijkheid. Ze wist dat ze niet alleen een verhaal opschreef, maar geschiedenis droeg. Herinnering. Pijn. Schuld. Liefde.
Ze schrijft niet om te choqueren. Ze schrijft om te bewaren.
En dat voel je.
Ik dacht tijdens het lezen vaak aan hoe dun de lijn is tussen dader, slachtoffer en overlever in extreme omstandigheden. Hoe moreel ingewikkeld overleven kan zijn. Hoe mensen keuzes maken die geen echte keuzes zijn.
Het boek laat zien dat overleven soms betekent: handelen in grijstinten. En dat oordeel van buitenaf altijd eenvoudiger is dan de werkelijkheid binnen prikkeldraad.
Getekend voor het leven
De tatoeages in Auschwitz waren bedoeld om mensen te ontmenselijken.
Maar in dit verhaal worden ze symbolen van herinnering.
Niet alleen Lale werd getekend. Ook de lezer wordt geraakt.
Ik droeg het verhaal nog dagen met mij mee. Misschien nog steeds.
Boeken als dit zijn geen ontspanning. Ze zijn confrontatie.
Ze vragen iets van je. Aandacht. Stilte. Reflectie.
En toch ben ik dankbaar dat ik het heb gelezen.
Omdat verhalen verteld moeten blijven worden.
Omdat vergeten gevaarlijk is.
Omdat overleven ook een vorm van getuigenis is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.